UitvaartGeschiedenis

Begrafenis met Adel

Adellijke begrafenissen waren de begrafenissen met de meeste “uitstraling” . Voor de stoet liep altijd een huisknecht die het familiewapen trots droeg. Na de huisknecht waren er vijf aansprekers. Hoe meer aansprekers hoe meer aanzien de familie had. Tot 1960 kwam het nog geregeld voor dat bij een begrafenis van een hooggeplaatst persoon er een chef of directeur in rokkostuum met hoge hoed en zwart paraplu in de hand voorop liep. Op enige afstand daarachter volgde twee aanspreker in lange zwarte jassen met hoge kraag en gesierd met tressen en op het hoofd een zwarte steek met struisvogelveren. Naast de lijkkoets liepen er vier palfreniers. Bij een volgkoets liepen er twee. Een palfrenier is een hulpkoetsier die de deuren opende en de inzittenden hielp met uitstappen. Later werd “palfrenieren” gebruikelijk bij vervoer met auto’s. Over de uitvaartkist hing een zwart kleed. Of een kleed voorzien van het familiewapen. De paarden van de lijkkoets hadden eveneens een kleed over zich heen. Dit noemen we ook wel een “dekkleed”. De paarden van de volgkoets(en) hadden een kleed dat alleen het midden van de rug van het paard bedekt en afhangt naar beneden aan beide kanten. We noemen dit “chabrak”. Het was vroeg gebruikelijk dat alle mensen aan de hoed een rouwlamfer droegen. Dit is een zwart koord / sluier vastgemaakt aan de hoed.

 

Kinderbegrafenissen

Bij de begrafenis van een kind draagt een aanspreker het kinderkistje dat bedekt is met een rouwkleed ‘in de hand’. In de hand dragen hield in dat het kinderkistje aan een draagriem werd gedragen. Meestal volgde er nog een klein aantal personen. Moeder was er niet altijd bij met als reden dat ze nog lag in het kraambed. Een kinderbegrafenis was vaak zonder lijkkoets vanwege de kleine omvang van zo’n kistje. Einde 18e eeuw kwamen echter wel rijtuigen met daarbij ruimte voor kinderkistjes.  Ondanks deze rijtuigen was het dragen van het kistje de standaard. Kinderen werden vaak in het wit begraven. Wit staat voor oneindigheid en zuiverheid.

 

Burgerbegrafenissen

Een burgerbegrafenis kon ook groots zijn. Voorop liepen gewoonlijk vier aansprekers, terwijl een chef de dragers instrueert. Veertien dragers plaatsen de baar op de schouders. Onder het grote baarkleed bevindt zich op de kist een roef (een verhoogde deksel). Hoe groter de kist hoe rijker en deftiger men was. Na de kist volgde naar familiegraad of stand de rest van de stoet, gekleed in een lange rouwmantel en lamfer. Aangezien de rijken en deftigen zich in de kerk lieten begraven gaf dit op een moment moeilijkheden. Er kwam een verbod op verhoogde kisten. Om dit probleem op te lossen werd er voortaan een platte kistdeksel gebruikt met daarop een rekje. Geplaatst van hoofd tot voeteneind. Mocht de begrafenis in de kerk plaatsvinden dan werd het rekje van de kist gehaald.

Soorten Uitvaarten